Projectaanvraag Geïntegreerd breed onthaal ELZ Bravio

Periode 2020-2025

 

Doelgroep: Jonge gezinnen met een migratieachtergrond in armoede.

Werkingsgebied: ELZ Bravio: Kampenhout, Zemst, Steenokkerzeel, Machelen en Vilvoorde.

Deelnemende partners:

  • Sociale diensten OCMW: Kampenhout, Zemst, Steenokkerzeel, Machelen en Vilvoorde.
  • Centrum Algemeen Welzijnswerk: CAW Halle Vilvoorde Diensten Maatschappelijk Werk – Ziekenfonds:
  • DMW van de CM Sint-Michielsbond
  • DMW van de FSMB
  • DMW van LM Mutplus.be
  • DMW van LM Plus
  • DMW van Partena Ziekenfonds
  • DMW van OZ
  • DMW van het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen DMW van het Vlaams en Neutraal ZF

Inleiding

Met deze aanvraag beogen we een betere samenwerking uit te tekenen en op gang te trekken tussen de 3 kernactoren in de Eerstelijnszone BraViO: de OCMW’s/sociale huizen van de 5 gemeentes, de DMW’s van de mutualiteiten die actief zijn op het grondgebied en CAW Halle Vilvoorde.
Met deze GBO-projectaanvraag richten we ons prioritair op de doelgroep van jonge gezinnen in armoede (met een welzijnsnood) met een migratieachtergrond.
Eerstelijnszone BraViO telt 5 gemeentes: Kampenhout, Zemst, Steenokkerzeel, Machelen en Vilvoorde. Gezien de verschillende realiteiten in de 5 gemeentes van de Eerstelijnszone BraViO, gaan we aanvankelijk op 2 verschillende manieren te werk: in gemeentes waar er enerzijds duidelijk wijken kunnen afgebakend worden waarin de doelgroep in hoge mate aanwezig is, zullen we ons bij aanvang richten op een bepaalde wijk:
• Voor Machelen omvat dit het centrum;
• Voor Zemst de wijk Felix Cottage en Solariumlaan;
• Voor Vilvoorde de wijk ‘t Broek.

In de gemeentes Steenokkerzeel en Kampenhout anderzijds richten we ons tot deze doelgroep op gans het grondgebied.
In Vilvoorde, Machelen en Zemst beperken we het werkingsgebied aanvankelijk tot een wijk. Op die manier kunnen de praktijkwerkers, actief in deze wijk, concreet ervaren welke meerwaarde ze kunnen realiseren wanneer ze beroep kunnen doen op elkaars expertise. We geloven dat concrete succeservaringen de motivatie voor het project verhogen en op die manier de effecten voor de doelgroep en uiteindelijk het welslagen van het GBO het grootst zijn. We focussen ons op jonge gezinnen in armoede (met een welzijnsnood) met een migratieachtergrond. Op basis van de omgevingsanalyse weten we dat deze doelgroep in de uitgekozen wijken prominent aanwezig is, maar we hebben haar noden en welzijnsvragen onvoldoende in beeld.

De werkingen van basis- en faciliterende actoren - die nu al actief zijn in die wijken - willen we betrekken. Zo is er in Vilvoorde en Zemst op dit moment al een werking van RISO Samenlevingsopbouw actief in de gekozen wijken. En in die wijken, maar bij uitbreiding in gans de Eerstelijnszone weten we dat Kind & Gezin bijna alle jonge gezinnen bereikt. Dus met deze 2 externe partners willen we nauw gaan samenwerken in dit GBO-samenwerkingsverband. Zij komen door hun basiswerking in contact met de doelgroep die we willen bereiken. We willen met hen duidelijke afspraken maken om deze doelgroep, die de weg naar de hulpverlening nog niet gevonden heeft, toe te leiden naar het GBO-team.

Het doel in alle gemeentes is om via de faciliterende actoren problemen te detecteren en vanuit het GBO-team proactief een hulpverleningsaanbod te doen. Om maximaal het vertrouwen te winnen bij de doelgroep moet toegankelijke hulp gegarandeerd zijn.

Vanuit elk van de 3 kernpartners werken bij aanvang een beperkt aantal medewerkers mee aan het GBO-team. Op casusniveau stemmen we in het GBO-team af tussen de 3 kernpartners, wie - afhankelijk van de problematiek - de lead neemt. In eerste instantie willen we de verschillende expertises van de 3 kernpartners maximaal inzetten en op elkaar afstemmen. We willen elkaars werkingen en elkaars hulpverleningsmodellen beter leren kennen. We willen uiteindelijk komen tot uniformiteit in onze onthaalmodellen met een duidelijke vraagverheldering, onmiddellijke hulp en gerichte doorverwijzing.

Binnen het GBO-team realiseren we ook een afgebakende set van basisrechten en sociale voordelen die we aan de hand van een achterliggend gezamenlijk kader proactief en systematisch bevragen. Minstens rond onze eigen producten (o.a. leefloon, vrije tijdspas, voedselbedeling, verhoogde tegemoetkoming,..) resulteert de samenwerking waar juridisch mogelijk in een automatische toekenning van rechten.

Waar nodig zullen we ook actief en naadloos toeleiden naar het achterliggend aanbod van andere partners.

Criterium 1: Werken aan een gezamenlijke visie, gezamenlijke doelstellingen en een gezamenlijk kader voor de werkingsprincipes van een samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal.

Aangezien het GBO-samenwerkingsverband moet vormkrijgen in de schoot van Eerstelijnszone BraViO lijkt het ons aangewezen om te vertrekken vanuit de missie en visie zoals die ontwikkeld werd in het veranderteam en het -forum en nu gedragen wordt in de Zorgraad.

Het is aan het GBO-samenwerkingsverband om deze algemeen geformuleerde missie en visietekst te vertalen naar de concrete GBO-werking, met name in eerste instantie de samenwerking tussen de 3 kernpartners en bij uitbreiding de samenwerking met andere partners (basis- en faciliterende actoren en actoren van het achterliggend begeleidingsaanbod).

Wij denken dat deze vertaalslag moet gemaakt worden door een goede structuur op te zetten:

• GBO-stuurgroep
De GBO-stuurgroep bestaat uit een beleidsmedewerker van elke kernpartner: 5 medewerkers van de OCMW’s/sociale huizen van de 5 gemeentes, 1 afgevaardigde van de DMW’s van de mutualiteiten en 1 afgevaardigde van CAW Halle Vilvoorde, aangevuld met een projectcoördinator. De voorziene bijeenkomsten zijn minimaal maandelijks.

• GBO-team
Op 28 januari 2020 komt het GBO-team een eerste maal samen. Het GBO-team bestaat uit medewerkers van de 3 kernpartners: 5 OCMW medewerkers (1 medewerker per OCMW), 1 DMW medewerker en 2 CAW medewerkers, aangevuld met een projectcoördinator.

• GBO-forumgroep
Een GBO-forumgroep bestaande uit medewerkers van de 3 kernpartners, uitgebreid met participanten van de doelgroep en van de faciliterende actoren. Het GBO-team kan in het forum hun vorderingen terugkoppelen aan de ganse groep van (onthaal)medewerkers van de 3 kernpartners en bij uitbreiding aan relevante netwerkpartners zoals de faciliterende actoren. De projectcoördinator overziet het geheel.

Om de toegankelijkheid van de hulpverlening te verhogen, zullen we samen 3 zaken moeten realiseren: de doelgroep beter in beeld krijgen, de krachten van de 3 kernpartners bundelen en onze expertise delen.

1. Zicht op de doelgroep door krachtige partnerschappen
Om de doelgroep beter in beeld te krijgen, willen we samenwerken met RISO Samenlevingsopbouw (daar waar ze al een werking hebben in bepaalde wijken) en met Kind & Gezin. We willen met hen samenwerkingsovereenkomsten sluiten om de kwetsbare gezinnen, die bij hen in beeld komen, tot bij ons te krijgen. Een mogelijke piste is het hanteren van een toestemmingsformulier dat cliënten kunnen tekenen, waarbij ze toestemming verlenen aan het GBO-team om hen proactief te contacteren. Maar we vertrekken maximaal van de ervaringen en expertise van Samenlevingsopbouw en Kind & Gezin om alle mogelijke pistes te verkennen om dit doel te bereiken. Hierbij denken we aan de ervaringen die Kind & Gezin heeft opgebouwd met het inzetten van gezinsondersteuners en het traject ‘De stek’ dat loopt binnen Samenlevingsopbouw.

2. Bundelen van krachten en delen van expertise
Om de krachten te bundelen zullen de GBO-teamleden goed met elkaar moeten afstemmen in de dossiers waarmee ze aan de slag gaan. Wie doet de eerste vraagverheldering? Welk hulpverleningsaanbod gaan we doen? Gaat er één kernpartner verder? Of moeten er verschillende kernpartners aan de slag met de cliënt? Hoe zorgen we dat het hulpverleningsaanbod goed op elkaar is afgestemd?
Om goed te kunnen samenwerken, zal het nodig zijn dat de 3 kernactoren elkaars manier van werken beter leren kennen. We zullen elkaars onthaalmodellen en ook elkaars achterliggend aanbod met specifieke expertise in bepaalde thema’s en problematieken beter moeten leren kennen. Door in het GBO-team samen aan de slag te gaan in concrete dossiers, hopen we dat we gaandeweg kunnen komen tot een gezamenlijke visie omtrent vraagverheldering.
En ook rechtenverkenning en rechtentoekenning zullen we moeten afstemmen via de ontwikkeling van een gezamenlijke afgebakende set van rechten en sociale voordelen die we proactief en systematisch gaan onderzoeken bij onze cliënten.

Om constructief te kunnen samenwerken delen de 3 kernactoren - met toestemming van de cliënt (via een document dat we samen opmaken en voorleggen aan onze cliënten) - de gegevens die noodzakelijk zijn om de sociale rechten en voordelen uit te putten. We volgen hierin de deontologische richtlijnen van het beroepsgeheim.
Wanneer het een multi-problematiek betreft, wordt er op casusniveau afgestemd tussen de 3 kernactoren in het GBO-team, wordt samen bepaald welke dienst bijkomend wordt ingeschakeld, wie de cliënt in beeld houdt en hoe de afstemming gebeurt in het kader van nazorg.

We zien het GBO-project als een gefaseerd project:
In een eerste fase gaat een beperkte groep medewerkers van de verschillende kernactoren aan de slag binnen het GBO-team. Het GBO-team zal:
• experimenteren met samenwerkingsvormen, en daarin de opportuniteiten en valkuilen ervaren.
• voorstellen formuleren om vanuit de concrete ervaringen te komen tot een gezamenlijk onthaalmodel en goede samenwerkingsafspraken. Om te voorkomen dat dit een gesloten proces wordt, zal het GBO-team regelmatig hun bevindingen tussentijds terugkoppelen naar de stuurgroep en organiseren we ook GBO-forums, zodat de vorderingen binnen een breed participatiekader opgevolgd kunnen worden.

In een tweede fase kan de werkwijze van het GBO-team uitgebreid worden naar alle onthaalmedewerkers van de kernpartners. Dit zal ongetwijfeld leiden tot bijsturing.

In een derde fase kan het gezamenlijk onthaalmodel dat ontwikkeld werd en de samenwerkingsafspraken die gemaakt werden, ook uitgerold worden naar andere doelgroepen om te eindigen in een GBO-verhaal waar de nieuwe werkwijze structureel verankerd is in een gezamenlijk onthaalmodel en werkbare samenwerkingsafspraken tussen de 3 kernpartners, met een duidelijk verhaal naar de bevolking en naar alle netwerkpartners.

We gaan de registratiegegevens van de verschillende kernpartners analyseren doorheen het traject. Waar staan we bij het begin van ons traject en kunnen we in onze cijfers een gewenste evolutie waarnemen. Hiervoor leggen we bij aanvang de verschillende registratiesystemen van de kernpartners naast elkaar en onderzoeken we of we hierin voldoende relevante cijfers kunnen terugvinden. Waar nodig zullen we een (beperkte) bijkomende registratie invoeren.

Criterium 2: Basiswerkers faciliteren in hun samenwerking en ze eenduidig aansturen om gemeenschappelijke werkingsprincipes te realiseren.

In de projectfase hebben we in de schoot van de eerstelijnszone BraViO een GBO-stuurgroep van beleidsmedewerkers opgericht. Op die manier zijn alle lokale besturen uit de eerstelijnszone, alle mutualiteiten (via vertegenwoordiging) en het CAW betrokken. Met deze GBO-stuurgroep komen we sinds de zomer al maandelijks samen.
Deze stuurgroep zet de krijtlijnen uit en ontwikkelt het kader dat de samenwerking tussen de (selectie van) medewerkers van de 3 kernactoren garandeert.

In een eerste fase zullen niet alle medewerkers van de 3 kernactoren betrokken worden. Elke kernactor zal binnen zijn personeel beslissen wie er op casusniveau zal deelnemen aan dit GBO-team.

We willen ook werken met een GBO-forumgroep. In dit forum - dat 1 tot 2 keer per jaar doorgaat – worden alle medewerkers/hulpverleners van de 3 kernpartners betrokken en bij uitbreiding medewerkers van de faciliterende actoren en vertegenwoordigers van de doelgroep. In dit forum willen we minstens alle medewerkers goed informeren over de ervaringen binnen het GBO-samenwerkingsverband, maar evenzeer willen we iedereen participatief betrekken en de kans geven om input te leveren bij de richting die dit GBO-samenwerkingsverband uitgaat.

De regiefunctie ligt bij de lokale besturen. Aangezien de stad Vilvoorde de grootste gemeente is, neemt de stad de eindverantwoordelijkheid voor de regie, steeds in afstemming met alle andere gemeentes. Voor de projectleiding willen we samenwerken met de Welzijnskoepel West-Brabant. Met hen zijn reeds verkennende gesprekken gevoerd om een projectcoördinator te leveren die op het operationele niveau alles aanstuurt: vergaderingen beleggen, agenda’s opmaken, verslagen opvolgen,… De kandidaat projectcoördinator neemt nu reeds deel aan de stuurgroep vergaderingen en belegt op 28 januari 2020 een eerste vergadering van het GBO-team.

Met dit project richten we ons prioritair op jonge gezinnen in armoede met een migratieachtergrond. Kwetsbare gezinnen zijn onze doelgroep. We denken hierbij bijvoorbeeld aan:
• Gezinnen die financieel kwetsbaar zijn. (leefloon, onder armoedegrens…)
• Gezinnen die kwetsbaar zijn omwille van een taalproblematiek.
• Gezinnen die kwetsbaar zijn wat integratie op de arbeidsmarkt betreft.

Bij jonge gezinnen denken we aan gezinnen met kinderen onder de 12 jaar.

Als we onderbescherming willen tegengaan, zullen we zicht moeten krijgen op de meest relevante basisrechten voor deze doelgroep. Sociale grondrechten gaan over meerdere domeinen: arbeid, sociale zekerheid, bescherming van gezondheid, onderwijs, sociale-, geneeskundige-, en juridische bijstand, behoorlijke huisvesting, bescherming van een gezond leefmilieu, culturele en maatschappelijke ontplooiing. Daarom zal het nodig zijn dat we in beeld krijgen met welke basisrechten momenteel de verschillende kernpartners meestal aan de slag gaan. We denken daarbij onder andere aan OCMW-tarief kinderopvang, mutualiteitstussenkomsten in vrije tijd en opvang, vrijetijdspas, kindtandzorg …

Ook kan onderzocht worden of het instrument van (een geüpdatete versie van ) de Rechtenverkenner ons hierbij kan helpen. Uit de pilootprojecten kwam tevens het advies dat het niet realistisch is om in elk dossier met ‘alle’ basisrechten aan de slag te gaan. Eén van de projecten was geëvolueerd naar een selectie van 6 basisrechten (nl. die rechten die de grootste impact hebben op iemands leefsituatie) dat in elk dossier gegarandeerd onderzocht en gerealiseerd dienden te worden.

Dus op het terrein van de rechtenverkenning en rechtentoekenning zal het nodig zijn dat de 3 kernpartners elkaars aanbod beter leren kennen en dat er ‘en cours de route’ een vorm van uniformiteit in aanpak kan groeien.

Vilvoorde heeft een samenwerking met CEDES. CEDES hanteert een praatplaat met vertaalplaat om de werking van organisaties toe te lichten. Zij kunnen een praatplaat met achterliggende vertaalplaat ontwikkelen als hulpmiddel voor de onthaalgesprekken. Aan de hand van tekeningen en/of een beperkt aantal woorden, kan de werking van de verschillende kernpartners en/of basisrechten toegelicht worden. Onderaan wordt een balk met alle mogelijke gezinssituaties toegevoegd waardoor de cliënt op basis daarvan zijn verhaal kan vertellen. Hierdoor wordt het een gespreksinstrument en creëren we een respectvolle dialoog tussen de cliënt en de maatschappelijk werker.

Het Vlaamse regeerakkoord verwijst ook naar de methodiek van de inzet ’gezinscoaches’ in het kader van kinderarmoede. Daarom wensen ons ook te laten inspireren door het onderzoek van bestaande projecten zoals het ‘Mission’ project in Kortrijk en de werking van het GO-team in Mechelen. In Vilvoorde is vanuit die inspiratie reeds een GOM werking (Gezins Ondersteuning op Maat) gestart.

We willen de ongelijkheid tussen rechthebbenden wegwerken en een menswaardig bestaan voor iedereen realiseren. Hiervoor vertrekken we vanuit de volgende werkingsprincipes: generalistisch, outreachend, proactief, krachtgericht, participatief en subsidiair.

Criterium 3: Werken aan de participatie van de doelgroep en van de basiswerkers bij de uitwerking van de concrete werkzaamheden van het samenwerkingsverband Geïntegreerd breed onthaal.

In onze regio heb je een aantal verenigingen waar armen het woord nemen. We willen met hen in dialoog gaan over wat onze plannen zijn en aan hen vragen of we in onze aanpak nog aanpassingen moeten doen om onze beoogde doelgroep beter te kunnen bereiken. We denken aan organisaties zoals vrouwenwerking van de Marokkaanse moskee, vrouwenwerking van de Turkse moskee, Alif-Lam, 1001 schakels, Educatie centrum De Voorsprong, vzw Kameroense gemeenschap, Congolese gemeenschap, welzijnsschakels ’t Sleutelke Kampenhout,…

We weten dat RISO Samenlevingsopbouw zeer ervaren is in het betrekken van de doelgroep. Daarom willen we ook de expertise van RISO Samenlevingsopbouw inschakelen om samen met onze doelgroep een participatietraject uit te werken. We willen zicht krijgen op hoe onze doelgroep de hulpverlening ervaart die we aanbieden en hun suggesties tot verbetering, zodat we met deze stem kunnen rekening houden bij het uitwerken van onze onthaalmodellen.

Organisaties zoals CEDES of TAO kunnen onze medewerkers vormen om een betere kijk te krijgen op de binnenkant van armoede.

Het lijkt aangewezen en noodzakelijk om alle basiswerkers te betrekken bij het proces van het tot stand komen van het GBO-samenwerkingsverband, aangezien zij over de nodige kennis en ervaring beschikken en hiermee in de toekomst aan de slag zullen moeten gaan.

De basiswerkers van de 3 kernpartners worden betrokken op 2 niveaus: in het GBO-team en in de GBO-forumgroep.

In het GBO-team gaat een beperkte groep van medewerkers aan de slag met de doelgroep. Dit team krijgt de opdracht om te experimenteren. Zij zullen elkaar en elkaars werking (onthaalmodellen, methodieken, visies) beter moeten leren kennen en zij zijn de eersten die gaan ervaren waar de kansen en de knelpunten liggen in deze samenwerking. Het is van essentieel belang dat zij hun ervaringen terugkoppelen naar de GBO-stuurgroep zodat hiermee kan rekening gehouden worden in de verdere uitbouw van dit GBO-samenwerkingsverband.

Het tweede niveau om die participatie te organiseren, lijkt ons de GBO-forumgroep waar alle medewerkers van de kernpartners welkom zijn. Op het GBO-forum dienen de ervaringen van het GBO-team gedeeld te worden met alle andere medewerkers van de kernpartners, zodat ook die kunnen participeren aan het GBO-samenwerkingsverband, door goed geïnformeerd te worden en door feedback te formuleren.

Op de GBO-forumgroep kunnen niet alleen de medewerkers van de kernpartners, maar ook een afvaardiging van de faciliterende actoren en een afvaardiging van de doelgroep, informatie uitwisselen, input geven en het proces helpen sturen.

Bij de GBO-forumgroep denken we aan het organiseren van een netwerkdag, gezamenlijke studiedagen of vormingen, een digitaal platform voor kennisuitwisseling, good practices, signaleren van problemen of knelpunten… We zouden met mensen uit de doelgroep en CBE een leescomité kunnen opstarten om na te gaan of onze informatie goed vertaald is naar de doelgroep. Wat doen gezinnen met een taalachterstand bijvoorbeeld met onze informatie (folders, infoberichten, brieven,…)

We willen starten met een goede samenwerkingsovereenkomst met 2 basis- en faciliterende actoren, nl. RISO Samenlevingsopbouw en Kind & Gezin. Hierin spreken we duidelijk af hoe zij kwetsbare gezinnen, met een welzijnsnood - die nog niet de weg naar de hulpverlening hebben gevonden – kunnen toeleiden naar het GBO-team. Deze actoren zullen we ook vragen om te participeren aan het tot stand komen van werkbare afspraken.

Op langere termijn willen we het ganse werkveld in kaart brengen (sociale kaart, toegespitst op onze doelgroep).
We denken aan actoren zoals:
• LDC Lokale Dienstencentra in onze regio, de Huizen van het Kind, Domo vrijwilligersorganisatie voor gezinsondersteuning, vzw PIN Partners in Integratie, Agentschap Integratie en Inburgering, CBE Centrum Basis Educatie,…
• Verenigingen waar armen het woord nemen zoals (W)armkracht, Wijk- en Jeugdpolitie, CGG Centrum Geestelijke Gezondheidszorg,…
• Actoren in de jeugdhulp zoals CLB, CKG en brugfiguren op de school.

→We zien bepaalde partners vooral als mogelijke toeleiders en andere partners als achterliggend begeleidingsaanbod en sommige als beiden.

Criterium 4: Delen van expertise.

Om de slaagkansen van het project te verhogen, is het nodig dat de kernactoren elkaar en elkaars werking en het dienst- en hulpverleningsaanbod leren kennen.

De medewerkers die in eerste instantie het GBO-team vormen, leren direct van elkaar op casusniveau. Deze expertise dragen ze binnen hun eigen dienst verder uit. De kernpartners moeten daarvoor ruimte en tijd maken binnen de eigen organisatie in teamvergaderingen en vormingsmomenten. Daarvoor willen we een gezamenlijke aanpak afspreken, bijvoorbeeld door een gezamenlijke casus uit te werken en voor te stellen,… Hierdoor vermijden we dat GBO enkel ter sprake komt op gemeenschappelijk overleg of vorming.

Het realiseren van de kennis- en expertisedeling organiseren we vanuit de GBO-stuurgroep : aansturing van het proces en opstart van acties en activiteiten. We denken hierbij aan:
• Het leren kennen van de verschillende onthaalmodellen van de kernpartners in het GBO-team.
• Het gaandeweg ontwikkelen en implementeren van een gemeenschappelijk onthaalmodel in het GBO-team.
• Het integreren van de resultaten van het participatietraject met RISO.
• Het in kaart brengen van de huidige bestaande onthaalpunten van alle kernpartners.
• Het inventariseren van het huidige achterliggend aanbod van de kernpartners opdat het hulpverleningsaanbod van het GBO-team vlot en efficiënt kan gebruik maken van de expertise die bij elke kernpartner aanwezig is.
• Opstellen van een communicatieplan:
          Intern : kernpartners, basiswerkers, …. Eventueel via een digitaal platform.
          Extern : gebruikers, toeleiders, met specifieke aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Dit kan via de websites, gemeentelijke infobladen, folder, …

Ook op het niveau van het GBO-forum zal het belangrijk zijn om te zorgen voor expertisedeling: bijvoorbeeld het organiseren van een netwerkdag, het voorzien van studiedagen of vormingen, eventueel een digitaal platform voor kennisuitwisseling, good practices, signaleren van problemen of knelpunten,…

We denken dat we eerst het achterliggend aanbod van de 3 kernpartners beter moeten leren kennen. We denken dat in de schoot van de GBO-stuurgroep op beleidsniveau kan gekeken worden, welk achterliggend aanbod elke kernpartner te bieden heeft. In de schoot van de medewerkers van het GBO-samenwerkingsverband zullen de medewerkers van de verschillende kernpartners aan elkaar moeten uitleggen wat er allemaal aangeboden wordt in het achterliggend aanbod. En ook in het GBO-forum zal het nodig zijn om alle medewerkers van de 3 kernpartners vorming aan te bieden over elkaars werking en het achterliggend aanbod.

Natuurlijk zal het ook nodig zijn om een beter zicht te krijgen op het begeleidingsaanbod van andere actoren in onze eerstelijnszone. Hiervoor hopen we een dynamische sociale kaart te kunnen ontwikkelen dat ook effectief op de werkvloer kan evolueren naar goede samenwerkingsafspraken (bijvoorbeeld een uniform doorverwijsformulier dat het huidig achterliggend aanbod inventariseert en doorverwijzing naar elkaar mogelijk maakt).
We rekenen hiervoor op de bredere ontwikkelingen in onze eerstelijnszone. Immers, gelijklopend met het GBO-samenwerkingsverband, wordt de werking van de eerstelijnszone BraViO uitgetekend, gericht op het kennen van elkaars werking.
Eerstelijnszone BraViO streeft naar een verbeterde samenwerking tussen de gezondheids- en welzijnsactoren om tegemoet te komen aan de noden van alle patiënten, cliënten en mantelzorgers met betrekking tot hulp en rechten op het gebied van Eerstelijnszorg. Door de stuurgroep in de schoot van de eerstelijnszone te leggen, trachten we de naadloze overgang tussen het GBO-samenwerkingsverband en het achterliggend eigen- of extern begeleidingsaanbod te waarborgen.

Criterium 5: Concrete outreachende en proactieve acties opzetten om welomschreven kwetsbare doelgroepen te bereiken.

Hoe bereiken we onze doelgroep van kwetsbare jonge gezinnen met een migratie achtergrond? Een aantal gezinnen zullen nu al de weg vinden naar onze organisaties en daar kunnen we onderzoeken of we hier proactiever aan de slag kunnen met de verkenning en realisatie van basisrechten.

Als een gezin aangemeld wordt bij het GBO-team, zien we voor de teamleden 4 opdrachten in het onthaal:
1. Een brede vraagverheldering waarbij de verschillende levensdomeinen in beeld gebracht worden en waarbij er zowel oog is voor de probleemgebieden als voor de krachtbronnen.
2. Kortdurende onmiddellijke hulp. Vaak kan informatie en advies al heel helpend zijn. We gaan uit van het principe dat onze hulpverlening ‘zo kort als mogelijk’ en ‘zo lang als nodig’ dient te zijn.
3. Gerichte doorverwijzing. Een aantal gezinnen gaan we een begeleidingstraject aanbieden, toegespitst op wat er in de vraagverheldering aan bod komt. Dit begeleidingstraject kan aangeboden worden door:
       - één van de kernactoren, bijvoorbeeld als er een chronische ziekte is in het gezin, en er moet nagegaan worden welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn. In dat geval kan een mutualiteit aan de slag gaan.
       - meerdere kernactoren, waarbij in het GBO-team goed afgestemd wordt wie er welk aanbod gaat doen. Bijvoorbeeld een gezin waar er een scheiding gaande is, waarbij het OCMW de mogelijkheden van financiële steun onderzoekt en het CAW een scheidingsbemiddeling aanbiedt.
       - andere sectoren, bijvoorbeeld CGG bij psychisch-psychiatrische kwetsbaarheid.
4. Rechtendetectie en rechtentoekenning. We gaan op dat gebied niet wachten tot gezinnen zelf de vraag stellen of ze zouden recht hebben op bepaalde basisrechten. Op dat gebied zal het GBO-team een duidelijke opdracht hebben om proactief de basisrechten te gaan verkennen en waar mogelijk toekennen.

Bij aanvang van het project kunnen de 3 kernactoren binnen het GBO-team onder hun huidige cliënten nagaan, wie tot de doelgroep behoort. Binnen het GBO-team wordt met deze cases aan de slag gegaan om na te gaan of voor deze reeds bestaande cliënten alle rechten en sociale voordelen effectief gerealiseerd zijn. Mogelijks kan er een screening van deze cases gebeuren op basis van de KSZ-stromen. We denken in ieder geval dat we bij de analyse van gekende dossiers moeten werken met een aantal knipperlichten (bv combinatie langdurig ziek, migratie-achtergrond, taal niet machtig) om zo snel en ‘to the point’ tot een gepast basisrechten-aanbod te komen. Deze werkwijze moet uitgewerkt worden.

Bij andere gezinnen zien we een grote nood, maar stellen we vast dat ze de weg naar de gepaste hulpverlening niet vinden. Voor hen zullen we op zoek moeten naar manieren om aan hen toch het hulpverleningsaanbod van het GBO-team aan te bieden.

We denken hierbij in eerste instantie aan samenwerking met RISO Samenlevingsopbouw en met Kind & Gezin. Zij komen door hun dagelijkse werking vaak in de leefwereld van de kwetsbare gezinnen en zij kunnen aan deze gezinnen toestemming vragen om onze hulpverlening in te schakelen. Zij maken hiervoor gebruik van een toestemmingsformulier. Kind & Gezin en RISO Samenlevingsopbouw melden een dossier aan bij één van de 5 lokale contactpunten.
Als wij een toestemming doorkrijgen vanuit deze verwijzende partners, gaan we niet wachten tot deze gezinnen naar ons komen. We gaan hen proactief een hulpaanbod doen door hen zelf te contacteren. Het GBO-team gaat met multi-problem gezinnen aan de slag en maakt onderling afspraken wie de intake doet. Het team maakt na 1 à 2 jaar onderling samenwerkingsafspraken om het onthaal te stroomlijnen.

Als we een gezin proactief contacteren zal de eerste stap zijn om met hen af te spreken. Dit willen we gaan doen op een manier dat voor het betreffende gezin haalbaar is. Dat kan betekenen dat ze het toch zien zitten om naar één van onze diensten te komen (vaak gebruiken we hiervoor best een locatie die zo dicht mogelijk bij de woonplaats van het gezin ligt); dat kan ook betekenen dat we er best op huisbezoek gaan. We zullen hier ook de nodige aanklampende basishouding moeten hanteren en niet toestaan dat ze snel afhaken.

We willen outreachend gaan samenwerken met de actoren - opbouwwerkers RISO en Kind & Gezin - op het terrein om nieuwe gezinnen binnen onze doelgroep in beeld te brengen.

Op langere termijn zal outreachend en proactief werken gaan behoren tot het DNA van de werkingen bij de 3 kernpartners.